Een belangrijke eerste les in het wijkgericht werken: Luister goed naar bewoners. Vraag door naar wat ze bedoelen en vraag of je het goed begrepen hebt.
Zo liep ik deze week - op een regenachtige avond - met een groepje bewoners, een wethouder en enkele collega's door een groengebied in een voor mij nieuwe wijk. Vaker gedaan en erg aan te bevelen.
Altijd fijn om een nieuw gebied en nieuw netwerk weer even van dienst te zijn met een frisse blik.
Op zo'n eerste avond kies ik er dan voor om goed te luisteren naar WAT er gezegd wordt, HOE het gezegd wordt en wat de TOON in de discussie is. Het viel me weer op dat het zo verdraaide moeilijk is om beheer en planning zo uit te leggen dat bewoners het begrijpen. Luisteren we wel naar wat er echt gevraagd wordt?
Ook viel me op dat een goed antwoord lang niet altijd goed genoeg is. Argwaan (of erger wantrouwen) is voor sommigen een natuurlijke en veilige houding.
Zoals gezegd, het regende die avond en ik voelde me wat ongemakkelijk met paraplu en fiets aan de hand dus besloot mijn fiets te stallen naast een flatgebouw. "Zou je dat nou wel doen? Je moest eens weten wat voor een wijk dit is!" was de opmerking van een van de bewoners. "Het zal toch wel meevallen? Ik zet de fiets wel op slot." zei ik en voegde daad bij woord.
Enfin, ik denk dat je de sfeer van de avond wel zult herkennen. Gemeente ambtenaren doen hun best. De bewoners blijven vragen stellen. Sommige dingen blijven hangen. Andere zaken worden opgelost. En ondertussen heb je ook hele amicale gesprekjes.
Zo vertrouwde de mevrouw die mij had gewaarschuwd voor het achterlaten van de fiets me toe dat ze haar hele leven al in de wijk woonde en niets haar ontging. Ik was die fiets eigenlijk al vergeten maar kreeg toch last van lichte ongerustheid.
Hoe zit het met mijn eigen luisteren naar de bewoners? Toen de hondenpoep voor de vierde keer aan de orde werd gesteld ondernam ik een heldhaftige poging om een gesprek vlot te trekken over planning, onderhoud en (gemiste) communicatie. 'Wat is het precies dat u wilt weten? Waar gaat het u om?' , 'Heb ik goed begrepen dat....?', en 'Helpt het als we u .....toesturen?' Het hielp deze keer een beetje.
En we bleken alweer op de weg terug. In de buurt van flatgebouwen begon ik te speuren naar de plek waar ik mijn fiets had achtergelaten. Mijn vermoeden dat enkele van de bewoners dat ook deden en mij daarbij observeerden werd bevestigd toen iemand zei "Waar stond je fiets ook alweer?"
Ik heb mezelf normaal gesproken goed onder controle, maar met een sterker wordend vervelend gevoel in de onderbuik speurde nu toch wat fanatieker de omgeving af. Drie flatgebouwen verder zakte de moed me in de schoenen. Ik wist het zeker dat hij hier stond. En er was nog maar 1 flat over.... Het schoot weer door m'n hoofd: altijd luisteren. Bewoners kennen de wijk het beste! En ik ben weer eigenwijs geweest en dat zou me nu een fiets kosten.
Voor de anderen probeerde ik nog de schijn van nonchalance op te houden. Maar ondertussen... het zou toch niet waar zijn hè? Mijn eerste avond in deze wijk. En opeens zag ik 'm toch: de bekende roze fietsbel. "Zie je wel!" zei ik "Dit is best een hele prettige wijk."
Een belangrijke les: altijd naar bewoners luisteren! (Zelfs al hebben ze ongelijk, het is ook goed voor je eigen gemoedrust)

Er heeft nog niemand gereageerd op deze blog post.