De afgelopen dagen heb ik veel gepraat over burgerparticipatie. Het gaat de nieuwe hype worden.
Het ministerie van BiZa onder aanvoering van minister Donner praat over “de gemeenschappelijke agenda voor hedendaags burgerschap”. En dan vraag ik me gelijk af wat dit nu precies betekent. Gaan we die agenda opstellen en gaan we dus op zoek naar allerlei agendapunten die over burgerparticipatie gaan. Het resultaat zal zijn een lange lijst van onderwerpen die betrekking heeft op burgerparticipatie en die gaan we dan bespreken met elkaar. In een overleggroep van kopgroepgemeenten, in denkgroepen bij kenniscentra, de minister met allerlei partners.
Over het algemeen zullen we veel óver burgers praten en weinig mét burgers. Dit laatste zal overigens ook gebeuren via buurtbezoeken, waar met burgers wordt gepraat en dit levert nieuwe agendapunten op, nieuwe gespreksronden en nieuwe publicaties om het besprokene voor de eeuwigheid vast te leggen.
Deze maand is het honderd jaar geleden dat Annie MG Schmidt werd geboren. Ooit schreef Annie in haar jeugdherinneringen (Het parool 11-1-1991) “geen riolering, geen waterleiding, geen gas, geen elektra. En toch, zo zei een oude jeugdvriend tegen me, wat waren we gelukkig. Denk je eens in, er was nog geen milieu”. Ongetwijfeld zou ze ook zoiets gezegd kunnen hebben over burgerschap. In de geest van: “mensen groetten elkaar, mensen ruimden hun eigen rommel op, mensen hielpen elkaar, wat waren we gelukkig. Denk je eens in, er was nog geen burgerschap, laat staan hedendaags burgerschap.” En Annie MG Schmidt heeft er ook zelf over gepubliceerd. Haar best publicatie over dit onderwerp is het boek “Pluk en de Petteflet”.
Op weg naar de bijeenkomsten heb ik het essay van Nico de Boer en Jos van der Lans gelezen. Het gaat over burgerkracht. Een van de belangrijkste conclusies uit het essay is “dat 85% van de burgers prima voor zichzelf kan zorgen, dat er een groep van zo’n 15 % is die langs de rand schuift, vast kan lopen en soms een zetje nodig heeft om op kracht te komen. Onder hen is een relatief kleine groep zeer kwetsbare burgers, die er niet op eigen kracht uitkomt.”
De 85% zullen we dus vooral moeten vinden, stimuleren en faciliteren en daar kunnen we blijkens het essay veel verder ingaan dan dat we nu als gemeenten doen. Maar echt zullen we ons bezig moeten gaan houden met het bieden van mogelijkheden aan de 15%. Daar moeten we niet veel over gaan praten, maar het vooral gaan doen.
“De gemeenschappelijke agenda voor hedendaags burgerschap” kan natuurlijk ook de agenda zijn van de burger die afgelopen zaterdag mijn oude kranten kwam ophalen. Om zes uur opstaan, huisvuilwagen ophalen, overleg met de andere burgers en taken verdelen, aan de slag, papier afleveren bij inzamelaar en geld innen voor de sportvereniging. Mooi dat er dergelijk burgerschap bestaat. Ook heden ten dagen nog.

Beetje sneu, nog geen enkele snaar beroerd? Het vorige project van de voormalige minister en voormalige burgemeester van Nijmegen, was ook al zo'n blindganger.
Het is een beetje moeilijk te bedenken over welk burgerschap de heer Donner het precies wil hebben en waarom? Zelfredzame burgers hebben de overheid niet nodig, die dan dus kleiner kan: misschien snappen mensen die dit lezen heel goed dat hun reacties ergens voor dienen.
Op de bloggersites is te zien dat zelfstandige burgers wel degelijk bereid zijn na te denken en met elkaar in debat te gaan. Daar is geen departementaal adres voor nodig.
Burgerschap is natuurlijk een goed thema en van belang voor de relatie overheid en samenleving. Maar het debat moet ergens anders gevoerd worden.
Geplaatst door: T. van Doormaal (08 december 2011 - 16.41 uur)