De gedachte dat bezuinigingen niet ten koste hoeven te gaan van de kwaliteit van het welzijnsaanbod wint steeds meer terrein. Klaas Mulder, adviseur bij Atrivé, voorheen Laagland’advies, gaat nog een stap verder. In zijn essay ‘Een zooitje ongeregeld’ betoogt hij dat de vele informele en commerciële initiatieven in wijken volop kansen bieden om tot een beter welzijnsaanbod te komen, op voorwaarde dat gemeenten wél sturen op dat aanbod. Mulder: “Je kunt niet simpelweg fors snijden in subsidies, achterover leunen en denken dat het vanzelf wel goed komt.”
Waarom niet?
“Voor een goede kwaliteit blijf je die professional nodig hebben. Maar je zou veel preciezer moeten kijken naar wat de hardste noten zijn die gekraakt moeten worden. Professionals moeten op zoek naar hun toegevoegde waarde. Als je die goed inzet dan kan er veel meer niet professioneel worden opgelost. Neem bijvoorbeeld de ouderenzorg. Die kun je prima benaderen met een mix van ‘een beetje van de buurt, een beetje internet en een beetje professionele hulp’. Hetzelfde geldt voor inburgering: je hebt niet voor ieder aspect een professionele docent nodig. Overheden hebben vaak geen idee van het welzijnsaanbod op internet. Voor vrijwel alles kun je er terecht. Met opvoedvragen kun je terecht op Maroc.nl, met gezondheidsvragen kun je terecht op de website van patientenverenigingen en gitaar leren spelen kan op YouTube.”
Hoe komt het dat gemeenten zo weinig oog hebben voor het niet-formele welzijnsaanbod?
“Dat heeft te maken met de ‘beleidsgemeenschap’. De mensen die bij gemeenten het beleid maken lijken sterk op de mensen die dat beleid bij gesubsidieerde organisaties uitvoeren. Vaak zijn het ook dezelfden. De directeur van een welzijnsorganisatie was hiervoor gemeentelijk beleidsadviseur of andersom. Binnen de beleidsgemeenschap spreken mensen dezelfde taal. Subsidie zien ze als een veilige manier om afspraken met elkaar te maken. Met andere menstypen, zoals de pandjesbaas of de pastoor hebben beleidsambtenaren vaak moeite. Ze begrijpen hun drive niet. “
In je essay signaleer je dat netwerksturing kan leiden tot bolwerkvorming. Leg eens uit.
“Dat heeft ook te maken met dat gebrek aan oog voor het niet formele aanbod. Een ambtenaar zei eens tegen mij: “Wat ik niet betaal, bestaat niet.”Het was gekscherend bedoeld, maar het is ook veelzeggend. Professionals uit het formele circuit hebben de informele sociale kaart niet in het hoofd. Daardoor verwijst bijvoorbeeld een consultatiebureau-arts wel door naar het RIAGG, maar niet naar een scouting. Daarbij wordt er gewerkt vanuit een sterke cultuur van aanboddenken: wat moeten wij met elkaar leveren? De machines draaien met aanbod waar soms helemaal geen vraag naar is. Er is vaak een volkomen blindheid voor de behoeften en mogelijkheden van de klant.”
Welke instrumenten hebben gemeenten om te sturen op particulier welzijnsaanbod?
“Ze moeten op zoek naar manieren om mensen die iets willen actief te informeren en te coachen, zodat ze hun initiatief zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. Het belangrijkste is dat ze sturen op kennis. Een voorbeeld: als je iemand die bijles geeft op het spoor zet van een goede website die de juiste leermethodieken bevat, dan is die persoon er waarschijnlijk alleen maar blij mee en kun je de kwaliteit van zijn lessen positief beïnvloeden. Gemeenten laten ten behoeve van hun beleid onderzoek doen. Maar de onderzoeksgegevens houden ze voor zichzelf. Terwijl ze die juist moeten délen met de partijen die het aanbod verzorgen, zodat die een beter aanbod kunnen ontwikkelen.”
Jij noemt subjectsubsidie als instrument om concurrentie tussen formele, informele en commerciële partijen te bevorderen. Wat versta je daar onder?
“Voorbeelden zijn het ‘rugzakje’en de voucher. In Zeist kun je als je een minimuminkomen hebt bijvoorbeeld het geld dat je betaald hebt voor je culturele uitje teruggestort krijgen. Zo kun je zelf bepalen of je naar het theater gaat, of naar de bioscoop. In plaats van de gemeentelijke muziekschool te subsidiëren, kun je ouders een voucher geven waarmee ze muzieklessen voor hun kind kunnen inkopen bij een partij naar keuze.”
Zijn er gemeenten bij wie het kwartje al wel is gevallen?
“Jawel. In Breda hebben ze het informele aanbod goed op de kaart. In Breda-Noord zou bijvoorbeeld een nieuw jongerencentrum komen. Uiteindelijk heeft de gemeente gezegd: er is al heel veel aanbod. Daar gaan we wat mee doen. Het Centrum voor Jeugd en Gezin werkt daar erg vanuit en met ouders. In Almere zijn ze nog wat zoekende. Maar in de kunstsector loopt het al heel aardig. En Amersfoort doet het niet slecht. Daar heeft de burgemeester veel oog voor burgerinitiatieven. Al doet het dan wel weer pijn hoe zwaar het welzijnswerk daar getroffen wordt door de bezuinigingen.”
Klaas Mulders’ essay ‘Een zooitje ongeregeld’ is te downloaden via de website van het kei-centrum.

Er heeft nog niemand gereageerd op deze blog post.