‘Wijkcoördinator, dat zei de mensen niets,’ begint Lilian van de Wiel (54) op de vraag wat haar functie is bij de gemeente Drimmelen. ‘Bewoners denken hier in termen van dorpen. Dus werd ik coördinator Dorpsgericht werken.’ Dat was in 2008, toen ze de overstap maakte naar het wijkmanagement bij de gemeente. Ze zat daarvoor in het onderwijs én was al jaren vrijwillig actief in het wijkwerk.
Vrijwilliger in buurtpreventieproject
Vanwaar de stap? Het begon allemaal toen ze in haar woonplaats Oosterhout in gesprek raakte met een buurvrouw, bij wie al tot drie keer toe was ingebroken. ‘Bewoners voelden zich hoe langer hoe onveiliger. Mensen durfden niet meer op vakantie uit angst voor inbraken. Ik raadde haar aan te bellen met de wijkagent.’ Maar die stelde een wedervraag: of er een groepje bewoners te vinden was dat om tafel zou willen om deze ontwikkelingen eens onder de loep te nemen. ‘Dat vonden we prima. Wij dachten dat we hem eens even goed aan het werk gingen zetten. Dat pakte anders uit. Hij zei ronduit: “Ik kan dit niet alleen. We zullen dit met de bewoners en gemeente aan moeten pakken.” En zo is het buurtpreventieproject ‘Waterkerslaan tot Snelweg’ ontstaan.’
Van 22 naar nul inbraken
De vorm werd nadrukkelijk licht gehouden: geen wachtlopen of orde handhaven, maar simpelweg meer alert, ogen en oren de kost geven bij het gaan en staan in de wijk. ‘Als je bijvoorbeeld naar je werk gaat, dan zie je van alles op straat. Let daar wat meer op. En zie je iets verdachts, meld het dan ook.’ De aanpak werkte. Het aantal inbraken daalde van 22 naar 0 in één jaar tijd. Ook nu zijn er vrijwel geen inbraken in dat gedeelte van de Kruidenbuurt (130 woningen).
Een mooi resultaat, maar daarmee kwam tegelijkertijd de vraag bovendrijven wat nog langer het bestaansrecht van buurtpreventieproject was. De bewonersgroep besloot zich te verbreden, zowel inhoudelijk als geografisch. Voortaan richtte ze zich ook op verkeer, jeugd & jongeren, groen, maar ook op activiteiten om de sociale samenhang te bevorderen zoals de Straatspeeldag. Zo transformeerde het initiatief in 2005 van buurtpreventieproject voor 130 woningen naar Buurtbeheer Kruidenbuurt voor in totaal 750 woningen.
De vrijwilliger werd een professional
Haar ervaringen als vrijwilliger in de wijk leerden haar veel over haar eigen drijfveren en kwaliteiten. ‘Ik heb ontdekt dat ik mensen kan enthousiasmeren en stimuleren om voor een gezamenlijk doel te gaan, ik kan bewoners, maar ook verschillende instanties verbinden. Ik heb veel ervaring opgedaan met presenteren en gesprekken begeleiden en ik vind het werk inhoudelijk erg uitdagend. Wijkgericht werken stopt nooit en is voortdurend in ontwikkeling. Bewoners van de bewonersgroepen pakken steeds meer op en nemen zelf hun verantwoordelijkheid, in samenwerking met de verschillende instanties. Dat is mooi om te zien.’ Toen in 2008 een vacature vrijkwam voor de functie van wijkmanager in de gemeente Drimmelen, greep ze dan ook haar kans.
Het vrijwilligerswerk doet ze inmiddels niet meer, sinds twee maanden. ‘Ik woon ook al twee jaar niet meer in de Kruidenbuurt. Bovendien was ik, in combinatie met mijn betaalde werk, te veel avonden weg. Ik laat een goed draaiend bestuur achter waar ik het volle vertrouwen in heb.’
Het werk van de coördinator Dorpsgericht werken
Hoe ziet haar huidige werk er uit? Lilian: ‘Elk dorp heeft een bewonersgroep, die elke zes weken vergadert. Daar schuif ik dan ook bij aan. Ook tussendoor heb ik regelmatig contact. Per dorp heb ik ook overleg met de woningstichting en de wijkagent. Verder zit ik bij het overleg van de jeugdbegeleidingscommissie, waar ik signalen vanuit de dorpen inbreng en meedenk over oplossingen.’
Kijk voor een indruk van Lilians werk op www.drimmelen.nl (klik in de rechterkolom op Dorpsgericht werken).
De zorgen en dromen van dorpsbewoners
‘In een aantal dorpen heb ik dorpsbrainstorms georganiseerd. Daarbij stond de vraag centraal met welke zorgen en dromen de komende jaren iets gedaan moet worden – met het uitgangspunt dat bewoners en verenigingen hiermee zelf aan de slag zouden gaan, ondersteund door de verschillende instanties.’
Verdwijnen de verenigingen?
‘In twee van de dorpen heeft men zorgen geuit over het verenigingsleven. Het is erg moeilijk om vrijwilligers te vinden voor de besturen, en er is minder geld beschikbaar. Men is bang dat sommige verenigingen hierdoor zullen verdwijnen. Maar verenigingen kunnen elkaar ook versterken. Daarom is het idee geopperd om een verenigingsnetwerk op te richten, waarin verenigingen hun krachten op verschillende terreinen bundelen.’
Jong en oud brengen elkaar in beeld
In een ander dorp uitten (vooral oudere) bewoners zorgen over de kloof tussen jong en oud. De vergrijzing wordt steeds duidelijker merkbaar en het is mogelijk dat jongeren zich minder thuis zijn gaan voelen in het dorp. Lilian: ‘Er worden vier concrete activiteiten uitgewerkt om deze kloof kleiner te maken. Zo wordt er een fotowedstrijd georganiseerd waarbij ouderen jongeren fotograferen en jongeren ouderen fotograferen met als doel de beelden die er over elkaar bestaan, te doorbreken.’
Landelijke pilot Dorpssignaal
In Terheijden en Hooge Zwaluwe wordt een landelijke pilot ‘Dorpssignaal’ (oorspronkelijke naam Buurtsignaal) uitgevoerd. Deze methode is door de politieacademie Apeldoorn vanuit Amerika naar Nederland gehaald en in samenwerking met de Avans Hogeschool in Den Bosch vertaald naar de Nederlandse situatie.
Diepte-interviews door bewoners over veiligheidsgevoel
Professionals van gemeente, politie, woningstichting, welzijnswerk, zorg en onderwijs en bewoners interviewen bewoners over hun veiligheidsgevoelens. De uitslag van de interviews levert signalen op die vervolgens met de deelnemende partners en het college van B & W besproken worden. In april worden de resultaten van Dorpssignaal doorgesproken tijdens bewonersavonden. ‘De werkwijze is erg interessant,’ vindt Lilian. ‘Bijvoorbeeld de interviewtechniek waarin bewoners getraind worden, die is erop gericht om goed door te vragen en de signalen goed in beeld te krijgen. Ik gebruik deze manier van interviewen ook in mijn benadering van bewoners.’
Lees hier meer over de tussentijdse resultaten van Dorpssignaal (BN/De Stem, 26 maart 2011).
Dorpssignaal: ook professionals worden professioneler
‘De methode vormt tevens een professionalisering van de deelnemende professionals. Tijdens de bewonersavond gaan we gezamenlijk met bewoners en partners prioriteiten stellen, waar we gezamenlijk mee aan de slag zullen gaan. Het is de bedoeling om deze pilot in alle dorpen uit te gaan voeren. Het verloop van de prioriteiten wordt minimaal twee keer per jaar in de stuurgroep Dorpsgericht werken gevolgd. In deze stuurgroep zitten behalve de wethouder ook de leidinggevenden van de partners en verschillende afdelingen van de gemeente en de coördinator Dorpsgericht werken, waardoor deze methode binnen de verschillende instanties geborgd is.’
Mocht je over de methode ‘Dorpssignaal’ meer willen weten, neem dan gerust contact op met Lilian.
Investeer in goede aanspreekpunten
Heeft Lilian nog tips voor collega-wijkmanagers? ‘Het is heel handig om in elk dorp een aanspreekpunt te hebben, zoals een bewonersgroep. Het loont de moeite om tijd en energie te investeren in het oprichten daarvan. Het is niet alleen een bron van informatie maar ook van eigen kracht, om zaken in beweging te zetten. Daarnaast kun je deze groepen ook betrekken bij het vormen en toetsen van je beleid.’
Bewoners coachen, hoe werkt dat?
Soms kan die eigen kracht ook heel eigenzinnig werken, weet Lilian. Bijvoorbeeld wanneer een bewonersgroep op de stoel van de raad gaat zitten. Het opbouwen van vertrouwensrelaties met bewonersgroepen is wat dat betreft een delicate zaak, waar je fingerspitzengefühl voor nodig hebt. In haar intermediaire rol wil Lilian ook coachend zijn, maar niet iedere bewoner staat daar voor open. Ze is benieuwd hoe andere wijkmanagers hiermee omgaan. Heb je een tip voor Lilian van de Wiel? Klik dan door naar haar profiel op de LPB-site om met haar in contact te komen.
Goede ontwikkeling van de professional is belangrijk
Het belang van Dorpsgericht werken (wijkgericht werken) vind ik de integrale samenwerking met bewoners en verschillende instanties, waardoor je het vertrouwen in die instanties verhoogt, gezamenlijk naar oplossingen zoekt en bewoners stimuleert zelf verantwoordelijkheid te nemen en zelfredzaam te zijn. Hierbij is een goede communicatie het belangrijkste. Omdat er geen kant-en-klare handleiding is voor ons werk is het belangrijk dat de wijkprofessional zich op andere manieren in zijn vakgebied goed kan ontwikkelen.
Landelijke LPB-dagen en online netwerk
‘Het LPB kan hierin een rol vervullen doordat we elkaar kunnen helpen met onze ervaringen. Niet iedereen hoeft zelf het wiel uit te vinden. Laten we vooral gebruik maken van elkaars ervaringen. De landelijke LPB-dagen, maar ook de website en LinkedIn zijn daar prima manieren voor.’
Collegiaal netwerk
‘Wellicht kan het LPB regionale overleggen stimuleren of ondersteunen. Zeker daar waar mensen alleen werken, kan dit een grote ondersteuning bieden. Ik ben zelf in mijn eigen omgeving begonnen met een collegiaal overleg en het voorziet zeker in een behoefte.’


Er heeft nog niemand gereageerd op deze blog post.