Er komt een groot congres op ons af: de LPB-locatiedagen op 24 en 25 november 2011. De wijken van de marinestad worden dan het decor voor nationale kennisontwikkeling op het brede terrein van wijkgericht werken. Het is bij ons gewoonte dat eens in de maand, tijdens lunchpauze, collega’s een presentatie houden voor collega’s. Cees Pieterse en ik grepen eind februari de gelegenheid aan om in de raadzaal onze collega’s bij te praten over de LPB-locatiedagen.
De opkomst is goed: de vele collega’s, waaronder de directie en een flink deel van het college, gaan er eens goed voor zitten.
We kiezen voor een presentatie ver voor het congres. Want onbekend maakt onbemind. En we willen graag ideeën horen op het moment dat we er nog wat mee kunnen. Goede bewonersparticipatie begint aan de voorkant van processen, staat in de handleidingen van ons vak. Dat vertellen we iedereen ook tot vervelens toe. Tsja, dan moeten we het met dit congres natuurlijk ook zo doen.
Meer met minder
Cees start onze lunchpresentatie met woorden van kracht en ambitie. Hij herhaalt onze centrale congresboodschap: we stellen ons kwetsbaar op en zetten congresdeelnemers aan het werk. We zoeken de diepgang met langere locatiebezoeken, die wij vermengen met workshops. Om mogelijke cynici voor te zijn, benadrukken wij dat het congres kostendekkend zal zijn, maar dat lijkt een antwoord op een vraag die niet gesteld zou zijn.
Ons initiatief valt goed, zeker met het congresthema ‘meer met minder’. We gaan dus op zoek naar manieren van wijkverbetering buiten het traditionele domein van de publieke geldstroom. Wat wil je nog meer? Verder beginnen we goed met een gratis gejat filmpje. Het enthousiasme neemt toe. Goh, dat onze wijkwerkers zich daar allemaal mee bezighouden, daar was niet iedereen zich van bewust.
We roepen onze collega’s op om mee te denken en mee te doen. Van logistieke hulp tot dagvoorzitter: alles moet nog worden ingevuld. En vooral: ideeën! Sommige ideeën komen vermomd als vraag. Bijvoorbeeld of we wel over de rol voor bewoners en raadsleden tijdens het congres hebben nagedacht. En of het mogelijk is om een setting te creëren waarbij rollen eens een uurtje radicaal worden omgedraaid. En of we thematisch iets met wijkprofielen gaan doen.
De dagen erna komen de aanmeldingen. We lijken af te stevenen op een luxeprobleem: waar laten we al die hulp en ideeën? Er lijkt zich nu al een sfeer af te tekenen van ‘er samen voor gaan’. Niet alleen voor de LPB-locatiedagen, maar vooral ook voor al die Helderse projecten die in de etalage komen. Als dat lukt, hebben we ons doel bereikt.
Geen boborol
Ik vraag of iemand nog een laatste vraag heeft. Achterin de zaal verschijnt een bescheiden vingertje in de lucht. De eigenaar blijkt de burgemeester. Hij kijkt opzij naar twee van zijn wethouders en schraapt z’n keel. “Mogen wij ook meedoen met deze LPB-dagen?”
De zaal kijkt verrast op en kleine onderlinge grappen vullen de ruimte. Maar de boodschap van Koen Schuiling is serieus en wordt natuurlijk serieus genomen.
Onder het napraten licht de burgemeester tegenover ons zijn wens toe. Dit is goed voor onze stad en onze wijken en het is goed als bestuurders zich betrokken tonen. Nee: zijn. Het gaat niet om de façade. Daarom bedankt de burgemeester op voorhand voor een rol als bobo. Hij wil een echte rol. En die ligt in de wijken.
Komt goed, burgemeester.

Beste Martin,
als verantwoordelijke voor het LPB congres van 2009 in Heerlen weet ik precies wat er allemaal bij komt kijken om een goed congres te realiseren. Goed dat jullie meteen de organisatie er bij betrekken. Het leidt niet alleen tot een versterking van het congres maar zeker ook tot een vergroting van de bewustworduing van de collega's als het gaat om de wijkgerichte aanpak in het hele werk. Heel veel succes namens alle collega's van Buurtgericht Werken in Heerlen, Hans Thuis
Geplaatst door: Hans Thuis (20 mei 2011 - 13.19 uur)