Maandelijks schrijven de stadsdeelmanagers uit Apeldoorn over het wijkgericht werken in hun gemeente. Deze keer: Steven Gerritsen, stadsdeelmanager van stadsdeel Zuidwest.
Wat is een standplaats? Volgens de Dikke van Dale is de betekenis:
- Plaats waar iemand of iets zich (gewoonlijk) bevindt.
- Plaats waar men werkt.
Beide omschrijvingen zijn van toepassing op het werk van een stadsdeelmanager in onze prachtige gemeente. Een stadsdeelmanager in Apeldoorn adviseert over beleid, maar staat daarnaast ook 'met de voeten in de klei'. In mijn stadsdeel Zuidwest kennen wij niet zoveel klei, daar staan we met de voeten in het (Veluwe)zand.
In Apeldoorn krijgt de stadsdeelaanpak meer gestalte en aanzien. Wij kennen sinds januari 2010 ook de stadsdeelbeheerder. Deze is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte binnen het stadsdeel.
De stadsdeelbeheerder stuurt een aantal wijkbeheerders aan. Hierdoor wordt beheer en onderhoud van de openbare ruimte diep geworteld in wijk en buurt.
Hoe bevoegd is de beheerder?
Het is wel zaak om te weten tot hoever de bevoegdheden reiken. Moet een stadsdeelbeheerder betrokken worden bij nieuwe ontwerpen in de openbare ruimte? Moet hij kunnen meepraten over materialen? Lopen aanvragen voor verkeersbesluiten ook via de stadsdeelbeheerder?
Deze vragen zijn nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. In eerste instantie zou je misschien neigen naar nee. Maar als je verder kijkt, is er veel voor te zeggen om deze vragen met ja te beantwoorden.
Een voorbeeld. Bij de aanleg van kunstgrastrapveldjes in de openbare ruimte ligt het onderhoud per m² hoger dan bij gewoon gras of verharding. Dit betekent dat er afstemming nodig is tussen de ontwerpers openbare ruimte en de beheerders. Niet uit bemoeizucht of nieuwsgierigheid, maar puur zakelijk of dergelijk onderhoud past binnen de bestaande budgetten.
Integrale aanpak is daarbij het steekwoord en dan niet slechts in woorden, maar ook in daden. In het begin was dat nog wel eens onwennig, maar na verloop van tijd zag iedereen (projectleider, ontwerper, stedenbouwkundige, beleidsmedewerker, etc.) de nut en noodzaak ervan in.
De samenwerking tussen de stadsdeelmanager en de stadsdeelbeheerder ging eigenlijk vanaf het begin soepeltjes en leidde al snel tot tastbare resultaten. Met name vanuit de bewoners kwamen steeds vaker positieve berichten. Soms werden plannen, waar al langere tijd over werd gesproken, in slechts enkele weken gerealiseerd.
De positieve energie sloeg over op collega’s en bewoners. Er kwamen nieuwe ideeën over samenwerking. Er wordt nu gekeken of de zelfwerkzaamheid van bewoners ook leidt tot een vorm van zelfredzaamheid en samenwerking.
Wat staat er op het menu?
Op dit moment start een experiment met menukaarten. Er bestaat de mogelijkheid van lopend buffet tot keuzemenu, waarbij voorgerecht, diner en nagerecht afzonderlijk samengesteld kunnen worden. De uitkomst moet wel zijn dat de basis minimaal van goede kwaliteit blijft.
Een voorbeeld: Een plantsoen wordt als basis vier keer per jaar geschoffeld door de gemeente. Bewoners geven te kennen dat zij van die vier keer wel twee keer zelf willen schoffelen, en om de buurt een beter aanzien te geven, ook nog wel twee keer extra willen schoffelen. De gemeente kan dan die inzet extra belonen.
Een ander voorbeeld: Een dorp wil welkomstborden. De middenstand en bewoners zijn hier een groot voorstander van. Het zet het dorp op de kaart. Echter er ontbreken voldoende middelen. De gemeente geeft aan dat zij willen bijdragen, als de ondernemers en bewoners het beheer en onderhoud van die borden voor hun rekening nemen.
De menukaart moet nog verder vorm krijgen en mogelijk gaan twee pilots van start.
Wijkgericht in tijden van bezuiniging
En eerlijk gezegd komt deze manier van werken in deze tijd van bezuinigen goed uit. Bezuinigen heeft een negatieve klank maar juist het samen doen geeft een buurt of dorp positieve energie, een impuls. Het versterkt daarnaast het vertrouwen van de burger in de overheid.
Bewoners en gemeente werken samen en met werk wordt werk gemaakt. Dit is de ultieme vorm van integraal werken omdat ook organisaties binnen het welzijns- en opbouwwerk hun steentje bijdragen. Heet zoiets niet ‘bewonersparticipatie’?
Om terug te komen op standplaats Apeldoorn. Misschien moeten wij onze column voortaan Standplaatsen Apeldoorn noemen. Er zijn immers vele plekken waar wij werken in de dorpen, buurten en wijken van Apeldoorn.

Er heeft nog niemand gereageerd op deze blog post.