Er zijn veel definities en methodes van wijkgericht werken. Als iets dat benadrukt heeft dan is het de borrelpraat tijdens het laatste LPB Congres. Veel gemeentes hanteren het stempel ‘Wijkgericht Werken’ en zetten te pas en te onpas dat stempel op dossiers. Het wekt de suggestie dat er zwaar inhoudelijk debat nodig is, om tot de essentie van het wijkgericht werken te komen. Dat is in de praktijk niet zo.
Wijkgericht werken is, meer dan veel andere vormen van werken, een beweging van binnen naar buiten. Dagelijks rollen duizenden ambtenaren wat op en neer met hun bureaustoel, terwijl ze op papier proberen te zetten hoe de wereld in elkaar zit. Dat ‘die wereld’ zich, terwijl zij hun stukken typen, verder ontvouwt aan de andere kant van het raam, is voor velen van hen moeilijk te bevatten. Zij, of wij, hebben gestudeerd om mensen te begrijpen, om situaties te sturen en te doorzien. De suggestie dat die abstracte wereld ook daadwerkelijk te beleven is, getuigd dan haast van een kinderlijke naïviteit. Wij ambtenaren (re)construeren een wereld zoals wij die rationeel kunnen beredeneren.
Het is vergelijkbaar met antropologisch veldwerk. Eeuwenlang deden antropologen geen écht veldwerk. Zij interpreteerde voor hen bekende gegevens en trokken daar conclusies uit. Maar toen het veldwerk werd geïntroduceerd, en daarmee ook in meer of mindere mate het participatief onderzoek, kreeg de antropologie een kwaliteitsimpuls. Antropologen leerden minder aan te nemen, en meer open te staan voor signalen uit de wereld die zij ook daarvóór al claimden te bestuderen. En met die ontvankelijkheid voor het onbekende, ontdekten zij zaken die jaren bedekt waren gebleven.
Wat is wijkgericht werken dan? Wijkgericht werken is mensgericht werken. In essentie is het niet meer dan dat. We rollen met bureaustoel en laptop de wijk in en praten met de mensen waar we al jaren over schrijven. We betrekken hen bij het beleid dat we maken. We vragen aan hen wat voor speeltoestel ze zelf graag voor deur zouden willen. Als je dat optimaal uitwerkt, kun je bijna niets fout doen. Het enige dat dan nog van belang is, is de globale toetsing. Want meer dan bij onderzoek is het bij wijkgericht werken van belang om macro, meso en microniveau voortdurend in de gaten te houden. Té zeer wijkgericht of mensgericht werken gaat voorbij aan grotere belangen. Het risico bestaat dan dat je het grotere plaatje niet meer ziet. Feitelijk is daarbij de balans van het grootste belang.
Nu is het aan ons, pioniers zoals we tijdens het LPB congres meerdere keren genoemd werden, om een veelal stugge organisatie, met vaste gewoontes, er van te overtuigen dat dat raam er niet alleen zit om zo nu en dan naar vogels te kijken. Dat raam is de poort naar het veld waarover je schrijft. Dat raam is de eerste stap naar de stad, de wijken, de mensen uit je stukken. Jarenlang was dat hetgeen dat bij het schrijven van beleid amper betrokken werd: de mensen waarover de stukken gaan. Dat is met mensgericht, wijkgericht, werken verleden tijd. De mensen doen er toe. De wijken doen er toe. De stad schrijft mee en uiteindelijk zet jij je naam er onder. Beleid maken doen we voortaan met het raam open.

Er heeft nog niemand gereageerd op deze blog post.