In delen van Nederland neemt de bevolking niet toe, maar af. De bevolkings- en huishoudensdaling is vooral te zien op het platteland. De gevolgen van krimp zijn groot en divers. Krimp heeft financiële gevolgen voor de overheid, voor corporaties en voor bewoners. De SEV (Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting) doet daarom zogeheten krimpexperimenten.
Bijna één op tien gemeenten
De ruimtelijke gevolgen van krimp zijn leegstand van woningen en verpaupering. Ook heeft krimp sociale gevolgen: jongeren en hoger opgeleiden verlaten de dorpen waardoor steeds minder voorzieningen overblijven. Het CBS voorspelt een afname van de bevolking voor de komende twintig jaar in bijna tweederde van de gemeenten in Nederland. Niet alleen de bevolking krimpt, ook het aantal huishoudens. Dat is vooral het geval in Groningen, Friesland, Zeeuws-Vlaanderen en Limburg. Bijna een op de tien gemeenten in Nederland krijgt hier de komende twintig jaar mee te maken.
Krimpexperimenten
Anne-Jo Visser is Programmaregisseur Wonen en Markt bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV). In die hoedanigheid is ze verantwoordelijk voor de Krimpexperimenten, waarin op locatie onderzocht wordt wat geschikte manieren zijn om met krimp om te gaan. De experimenten hebben een financiële, een ruimtelijk-fysieke of een sociale insteek, of een combinatie daarvan.
Acceptatie
‘Krimp betekent in feite een rouwproces waar alle betrokkenen doorheen moeten,’ vertelt Anne-Jo. ‘Aanvankelijk ontkent iedereen: bestuurders, bewoners, bedrijven, iedereen in het krimpgebied. Dat kan jaren duren. Daarna komt men in de fase waarin het verlies niet meer te ontkennen valt. Economische voorzieningen vallen weg, de bakker krijgt het niet meer rond. Alle betrokkenen zullen het moeten accepteren. Dan pas is ruimte voor handelen.’
Hoe pak je het aan?
‘Globaal zijn er vier strategieën om met krimp om te gaan,’ schetst Anne-Jo. ‘De eerste is loslaten en de krimp volgen, met een grote kans op sociale en fysieke verloedering. Onwenselijk dus. De tweede is loslaten en de krimp proberen te remmen. Dan laat je de markt zijn werk doen en bestaat het risico dat goedkopere woningen verdwijnen ten gunste van duurdere huizen, bijvoorbeeld voor welvarende gepensioneerden. Je kunt ook sturen en de krimp volgen, de derde strategie. Dat betekent ontbouwen. En de laatste mogelijkheid is sturen en de krimp rémmen. Dat kun je doen door de woonkwaliteit te verbeteren, voorzieningen toe te voegen en dat in de markt te zetten. Dat kan nieuwe bewoners aantrekken en de bestaande behouden.’
Streekpromotie vaak geen succes
Heeft die laatste strategie onderhand niet afgedaan? Is regiomarketing geen gepasseerd station? Anne-Jo: ‘Over het algemeen wel, gebieden die alles inzetten op streekpromotie, redden het niet.’ Heeft dat überhaupt zin, puur op het imago bouwen? ‘Het moet natuurlijk wel realistisch zijn en ge-paard gaan aan de benodigde fysieke verbeteringen. Een gebied valt bijvoorbeeld niet zomaar om te toveren in een toeristische trekpleister.’
Holwerd als trekpleister?
Eén van de krimpexperimenten richt zich op het Friese Holwerd. Anne-Jo vertelt dat bewoners en gemeenten daar overwegen om op de recreatieve variant in te zetten. Toerisme als antwoord op de krimp. Hoe levensvatbaar is dat? Anne-Jo: ‘Er ís daar nog iets aan economisch potentieel met de ligging bij de boot naar Ameland, maar de behoefte aan recreatie in Nederland gaat niet opeens as-tronomisch stijgen. Dat kan dus niet élk dorp doen. Ik weet niet of het uiteindelijk de beste optie is voor Holwerd.’
Verhuizingen zijn meestal regionaal
In de loop der jaren zijn er in krimpgebieden teveel voorzieningen gebouwd. ‘De Blauwe Stad in Oost-Groningen is een duidelijk voorbeeld,’ aldus Anne-Jo. ‘De verwachting was dat het vooral mensen uit het westen zou trekken, op zoek naar rust en ruimte. Maar de realiteit is dat de ruime meerderheid van de verhuisbewegingen regionaal is. Ook in Groningen. Er zijn dus nauwelijks mensen van buiten komen wonen en het gros van de kavels is nog te koop.’
Zelf de voorzieningen verbeteren
En hoe zit het met combinaties: kun je én ontbouwen én kwaliteit en voorzieningen toevoegen? ‘Je kunt verschillende dingen doen om kwaliteit toe te voegen,’ schetst Anne-Jo. ‘Zo kun je woningen op leefstijl toewijzen en daarmee het woonklimaat positief beïnvloeden. Dat is wel beperkt tot de woon-voorraad van de corporatie. Je kunt ook zorgen dat zoiets als kinderopvang goed geregeld is in het dorp. Wat van belang is, is dat overheden zich realiseren dat het verbeteren van voorzieningen in hoofdzaak voor de bewoners zelf is. Niet voor immigranten.’
Over de grens
‘In Heerlen, deel van Parkstad Limburg, is overwogen om nauwer samen te werken met Aken, net over de grens. Heerlen kan onderdak bieden aan Akense studenten en medewerkers van de Akense campus. In ruim een half uur ben je met de trein in Aken vanuit Heerlen, maar blijkbaar spelen er meer zaken mee om in Nederland te komen wonen dan alleen een snelle en directe verbinding.’
Gatenkaasdorpen
De impact van ontbouwing lijkt veel groter dan van stadsvernieuwing, in elk geval in politiek-bestuurlijke zin. Waarom is dat? Anne-Jo: ‘Als je woningen sloopt in een krimpgebied, komt er niets voor terug. Dat is het enige dat je kunt zeggen. Als voorbeeld kun je kijken naar Ganzedijk. Je wilt het ruimtelijk zo oplossen, dat het in de nabije toekomst een dorp blijkt waar het prettig wonen is. In Duits-land zijn er gatenkaasdorpen. Dat wil je niet.’
Vier strategieën op met krimp om te gaan
- Loslaten en de krimp volgen
- Loslaten en de krimp proberen te remmen
- Sturen en de krimp volgen
- Sturen en de krimp remmen
Meer informatie
www.sev.nl

Er heeft nog niemand gereageerd op deze blog post.