Willem
Stam
Locatie op kaart
Datum: 03 aug 2011
Hoe betrouwbaar is de leefbaarheidsbarometer ? Gister kopte de Volkskrant op pagina 8: "Ondanks crisis: leefbaarheid op peil ".
Belangrijkste conclusie (de Volkskrant) uit de leefbaarheidsbarometer, die elke drie jaar wordt opgenomen:
"Nederland is er de afgelopen drie jaar niet leefbaarder op geworden. Maar ook niet of nauwelijks minder leefbaar. Gezien de achterliggende periode van economische crisis is dat onverwachts goed nieuws. De veertig Vogelaarwijken vallen op in positieve zin. De kloof tussen leefbare en minder leefbare gebieden is kleiner geworden."
Betekent dit dat we nu al op zijn minst hetzelfde kunnen bereiken met minder financiële mogelijkheden?
In het artikel wordt overigens wel een aantal gemeenten genoemd waar het minder goed gaat: Almere, Zoetermeer, Eindhoven, Enschede, Emmen, Schiedam, Heerlen, Apeldoorn, Ede en Haarlemmermeer.
Opvallend in dit rijtje is dat het meerendeel van de steden ambities hebben of hebben gehad om het jaarlijkse LPB-congres te organiseren. Daaruit mag de conclusie worden getrokken dat deze steden ervan overtuigd zijn dat zij aan de rest van Nederland heel wat hebben te laten zien en te vertellen als het gaat om succesvol wijkgericht werken.
Waarom gaat het volgens de Leefbaarheidbarometer dan toch niet goed met deze gemeenten?
Misschien willen mijn collega's wijkwerkers uit deze gemeenten reageren.
Want de conclusies uit de leefbaarheidsmeter kunnen zomaar een eigen leven gaan leiden

Even wat algemener m.b.t. de leefbarometer: wij werken in Eindhoven met een eigen buurtthermometer en op basis van die uitkomsten wordt sterk het beleid gestuurd. De indicatoren van de buurtthtermometer zijn veel beperkter dan het aantal indicatoren van de leefbarometer en dat zou dus een heel betrouwbaar beeld van cijfer smoeten geven. Alleen vraag ik me bij elk meetinstrument af welke zwaarte indicatoren hebben. Weegt het "werkeloosheidspercentage" even zwaar door als indicator als bijvoorbeeld "participatie" in de buurt? En weegt "veiligheid" (hoe subjectief beleefd dan ook of alleen politiecijfers die ook niet het hele verhaal vertellen) even zwaar als de al even subjectieve "gezondheidsbeleving"?
Wat betekent dit voor de effecten op de eindscores?
En dat scores een eigen leven kunnen leiden blijkt wel uit de misdaadmeter van het AD. Twee voorbeelden:
- in Eindhoven is men koploper met de aanpakvan huiselijk geweld. De aangiftebereidheid is hierdoor heel hoog. Dat levert in de misdaadmeter slechte scores op. Maar doe je het dan slecht? Nee, in andere gemeenten is de bereidheid tot aangifte veel lager en is dus de aanpak van het probleem ook veel verder weg van het gewenste
- aangiftes van diefstal van fietsen worden in sommige gemeenten niet opgenomen en dus ontbreken cijfers. Want niemand gelooft toch dat er in Amsterdam minder fietsen worden gestolen als in bijvoorbeeld Eindhoven of ene middelgrote stad?
Pas dus op met cijfers, zeker als ze in koeienletters op de voorpagina's of op pagina 8 staan.
Het doet verder niets af aan het gegeven dat veiligheid in deze steden wel een probleem is.
Geplaatst door: René Kerkwijk (03 augustus 2011 - 19.31 uur)
Hoi René,
Ik ben wel benieuwd, hoe en wat jullie dan meten?
Geplaatst door: Martin Peelen (03 augustus 2011 - 21.58 uur)
Mooie van dit soort monitors is dat ze indrukken kwantificeren door indicatoren te waarderen en daardoor steden en buurten onderling vergelijkbaar lijken te maken.
En dat is ook het gevaar van deze dingen, je dreigt ze namelijk te gaan geloven. Je vergeet dat elke wijk anders is en dat de mix van allerlei leefbaaheidsingredienten leidt tot een leefbaarheidswaardering. Alleen is die mix altijd net even anders en zelfs als die mix gelijk is is de waardering anders omdat de context waarin een wijk leeft ook bepalend is. We zijn al jaren op zoek naar de gouden toverdrank, de ideale mix. Maar die is er niet. Dat wil zeggen hij is er wel, in elke wijk anders.
Het enigste wat je kunt zeggen van dit leefbaarheidsonderzoek is dat het wijken vergelijkt op dezelfde indicatoren. Maar die indicatoren kunnen per wijk een ander effect op leefbaarheid hebben. Zo was ik dit voorjaar in een dorpje waar het not done was om je schoolloopbaan af te maken, slechts een enkeling deed de afgelopen 10 jaren de HAVO en eentje ging naar het VWO. Opvallend in dit dorp? Werkloosheidscijfer was lager dan gemiddeld, aantal ZZPers enorm en ik zag opvallend veel garages en uitbouwen met nagelstudio er op, een naaistudio, een schoonheidssalon. Een blik op internet gaf aan dat er op elke elf inwoners één bedrijf was geregistreerd in dit diploma-arme dorp.
Moet ik nu op basis van mijn monitoring de conclusie trekken dat het voor de werkcreatie in alle wijken in Nederland beter is geen opleiding te volgen?
De bestaande monitoren zijn zeker nuttig maar worden tot steeds grotere waarheden gebombardeerd. Omdat we er vanuit gaan dat een indicator een voorspelbaar en eenduidig effect heeft op de leefbaarheid. Dat is dus niet zo.
Daar komt nog bij dat leefbaarheid steeds meer bepaald wordt door een samenhangend stelsel van kleine en slimme interventies, daadjes en initiatieven en steeds minder door grote ingrepen. Dus minder sturingsmacht en allemaal onvoorspelbaarder.
Het is juist dat ongewisse en onvoorspelbare dat ons verleid om te willen monitoren. Hoe breder de deelname, meer data, meer indicatoren, des te steviger lijkt een monitor. Maar dat is juist de valkuil, omdat de indicatoren wel vergeleken worden maar de ongedeelde beleefde effecten van de mix van de indicatoren niet. En die valt per wijk anders uit.
Oplossing? Het allermakkelijkst en allerbetrouwbaarst is elk half jaar een goed gesprek aan te gaan met en tussen bewoners. Zij kunnen de lokale leefbaarheid benoemen met verhalen (lees: indicatoren) die in die wijk er toe doen, zij kunnen daar een waarde aangeven en ze kunnen op de millimeter nauwkeurig aangeven waar welke indicator speelt en wat het effect is op de leefbaarheid in die wijk, dorp of straat.
Maar in plaats daarvan sturen wij middels instrumentalisering vooraf (onderzoeksvorm, checklist, indicatoren) en gaan pas dan het gesprek aan. Vaak ook nog gewapend met die onderzoeksresultaten.
Doe het andersom: ga in gesprek, vraag waardering van de leefbaarheid. selecteer dan per wijk er uit wat de indicatoren zijn die er toe doen. En voor de onderzoekers moet het dan toch smullen zijn om achteraf alle wijken te vergelijken en de hersens laten kraken waarom indicator A wel belangrijk is in Alkmaar en niet in Amsterdam en waarom indicator B in Eindhoven niet bestaat terwijl het in Deventer allesbepalend is of waarom dezelfde bewonerswaardering van indicator C in Utrecht een positief effect heeft op leefbaarheid en in Groningen of Enschede neutraal is.
Dan vergelijken we wijken ook niet meer op basis van centrale indicatoren waarna de verhalen los vliegen, maar gaan we wijken beoordelen op basis van verhalen waaruit we wijksgewijs indicatoren kunnen destilleren.
Dus het zegt me nog heel weinig dat het in Apeldoorn, Almere, Ede of Emmen link wordt als het gaat om leefbaarheid.
Als we de denktrant van de leefbaarheidsmonitor moeten volgen is voor Den Helder, als gaststad voor het volgende LPBcongres, de indicator ‘LPB-congres’ een donker teken aan de wand….
Geplaatst door: Joop Hofman (03 augustus 2011 - 23.10 uur)
Martin,
Hierbij een link naar de buurtthermometer 2010 Eindhoven: http://www.eindhoven.nl/stad/stadsdelen/Stadsdeel-WoenselZuid/stadsdeelinfo/Rapport-1136-en-1137-Eindhovense-buurtthermometer-2010.htm
Ik weet dat velen erg gecharmeerd zijn van de methodiek in Rotterdam. Vanuit Eindhoven hebben we ook al eens gekeken of wij iets kunnen met hun meetmethode.
Geplaatst door: René Kerkwijk (08 augustus 2011 - 18.35 uur)
@joophofman en @renekerkwijk : ik proef in jullie reactie een zeker ongenoegen over dit soort meetmethoden. Eigenlijk zeggen jullie dat je er voor wijkgericht werken niks aan hebt, behalve als je alle mitsen en maren bij zo'n onderzoek op waarde weet te schatten. Nuances zien dus, en daar neemt niemand echt de tijd meer voor, heb ik de indruk.
Maar stel dat je zo'n algemene monitor afschaft. Wat is dan het alternatief? Volgens welke methode moet een (centrale) overheid de sturing van beleid en de financiering dan vorm gaan geven? Dat lijkt me een lastig punt. Hoewel ik jullie mening over de beperkte waarde van een algemene monitor wel deel.
Geplaatst door: Bas van Pul (20 september 2011 - 23.14 uur)